Eigen kleurloze bewoners

Sinds de huurder van een woning beschouwd wordt als klant zie ik steeds vaker, dat deze huurder bij een kleurwijziging aan de buitenkant van zijn woning, een keuze mag maken uit de diverse gepresenteerde kleurvoorstellen.

Tenslotte de klant is KONING! Rijst de vraag wat deze inspraak oplevert en de bewoner daar uiteindelijk blij mee is. Bovendien komt aan de orde of A) de wijk geschikt is qua architectuur B) de wijk in stedebouwkundig opzicht geschikt is voor een dergelijk kleurenplan. In mijn optiek kleven er aardig wat bezwaren aan bovenstaande trend en wel deze.

  • A) de mutatiegraad is gemiddeld zeven jaar.
  • B) een kleurwijziging vind tussen de vijftien en twintig jaar plaats.

De nieuwe huurder(s)- na de periode van die zeven jaar- heeft dus pech. De beheersbaarheid van een wijk wordt lastiger en bovendien is echt niet elke wijk in stedebouwkundig opzicht en qua architectuur geschikt voor kleurkeuze.

Voorbeeld.
Afgelopen jaar heb ik een kleurenplan gemaakt voor een woonwijk. Deze opdracht voor een woningbouwvereniging verkreeg ik via een schildersbedrijf. Kleurkeuze was, toen ik aan het plan begon, niet aan de orde. Ik maakte één plan. Ik kom hier later nog op terug.

Bij de planpresentatie was naast de technische dienst de afdeling bewonerszaken vertegenwoordigd. Deze afdeling bewonerszaken maakte zich sterk voor kleurkeuze. Op zich een goede zaak om het je klanten het zo goed mogelijk naar de zin te maken! Echter deze wijk zit stedenbouwkundig lastig in elkaar. Zij is gesitueerd op cruciale plek met veel passanten. De architectuur is zeer divers, laagbouw en maisonnettes. Als je de mutatiegraad van zeven jaar, die op deze wijk van toepassing is, bekijkt dan is het niet verstandig hier het idee van kleurkeuze aan de orde te stellen.

Een andere wijk en een andere woningbouwvereniging
De opdracht was een kleurenplan voor een wijk van tweehonderdvijfendertig woningen alsmede drie kleine flats. Het idee van kleurkeuze voor de bewoners is hier aan de orde geweest maar in onderling overleg besloten we van kleurkeuze af te zien. …Eén plan dus, geen keuze uit twee plannen en ook geen individuele keuze. Waarom? De wijk is vrij groot, de architectuur identiek op de drie flats na. De omgeving is dichtbebouwd en prominent met kleur aanwezig. Hier zijn we uitgegaan van het idee de wijk te structureren door middel van kleur. In dit betreffende plan worden de flats meegenomen in het plan. De wijk wordt hierdoor herkenbaar. De bewoners zijn veelal van middelbare leeftijd en willen graag rustige kleuren.

Waarom zult u zich afvragen mochten de bewoners niet kiezen uit twee plannen. Het maken van twee kwalitatief gelijkwaardige plannen kost veel tijd en geld. Als je plan een af hebt heb je tijd nodig om dit los te laten alvorens je begint aan plan twee. Plan twee moet duidelijk anders zijn dan plan een want anders heb je geen echte keuze. Bij het aanbieden van twee plannen bij de bewoners is er meestal een keuzeverhouding van zestig- veertig procent. Minimaal veertig procent is meestal ontevreden. Bij het aanbieden van één plan kunnen bewoners kiezen voor of tegen dit plan. In de praktijk blijkt, dat bij deze werkwijze de acceptatiegraad veel hoger ligt dan zestig procent.

Een breed draagvlak creëren voor een plan is belangrijk, maar valt of staat met de procedure. Het organiseren van een bewonersavond is- in deze- zeer belangrijk. Je verhaal vertellen vanuit het standpunt van de bewoner, ook. Men voelt zich begrepen. Bewoners zijn bereid naar mijn argumenten te luisteren. Zij weten, dat niemand een plan met daarin voor iedereen zijn favoriete kleur voordeur kan maken.

In mijn optiek gaat het collectief belang m.b.t. een sfeervolle wijk boven het individueel belang. Een positieve beleving van een wijk dringt de mutatiegraad terug. Men is zuinig op zijn omgeving.

Zijn keuzeplannen dan nooit aan de orde? Natuurlijk wel!
Afgelopen jaar heb ik twee keuzeplannen gemaakt. Een voor een wijkje van zes rijtjes huizen De rijtjes vormden achter elkaar- een blok. Doordat de mutatiegraad practisch nihil is, is hier een keuzeplan mogelijk. De andere situatie had betrekking op een wijk met koopwoningen. Een groot deel was reeds verkocht en overgeschilderd. Echter, sommige huurders zijn potentiële kopers. Het lijkt mij dus heel voor de hand liggen hier een keuzeplan aan te bieden.

Marijke van Loon, kleurspecialist

Eisma's Schildersblad, oktober 2001


LID N.V.V.K.
 
© Van loon kleuradvies      > disclaimer