De waarheid over groen

Groen is een tweeslachtige kleur. Op onze planeet is het de oerkleur. De kleur van alles wat groeit en daarmee het symbool voor vruchtbaarheid, hoop, lente, veiligheid en rust. De kleur van het leven zelf.

Groen is de kleur van het gezonde eten. De kleuren van de groetenafdeling van een supermarkt of groenteboer zijn dikwijls groen. Het geeft aan: kijk dit is gezond voor de mens. In de reclame wordt hier veelvuldig gebruik van gemaakt. Vaak bij reclame voor drankjes.

Groen heeft ook sterke negatieve associaties
Groen is ook de kleur van onpasselijkheid, vergif en jaloezie. Deze negatieve associatie bij groen vindt zijn oorsprong in het menselijk lichaam. Vb: we zien groen van ellende. Afscheidingsproducten zoals gal en slijm zijn al even weerzinwekkende symptomen van ziekte. Hieraan ontleent de uitdrukking ìgifgroenî zijn bestaan! Gifrood is een begrip dat niet bestaat, terwijl rood de kleur van het gevaar is. Gifblauw is ook een begrip dat wij niet kennen. Blauwe voedingsmiddelen komen nauwelijks voor. Blauwe spaghetti of blauw vlees zijn niet bepaald eetlustopwekkend. Beschimmeld eten is ook vaak blauw en waarschuwt ëniet etení, bedorven, vergiftigd!

De culturele werking van groen is tweeslachtig. Dit heeft te maken met de verschillende culturen en levenswijzen. Voor Noord Afrika waar veel woestijn is heeft groen een andere betekenis, dan voor Europa waar groen in overvloed is. Groene oases worden in Noord Afrika beschouwd als rijkdom en een manier om te overleven. Echter in Europa is groen in overvloed en wij hebben geleerd dat dit geen enkele garantie is om te overleven.
De symboliek die wij met de kleur groen ervaren is dan ook afhankelijk van de cultuur.

Groen is mooi of lelijk
Twaalf procent van alle mannen en vrouwen heeft groen als favoriete kleur. Tien procent van alle mannen en acht procent van alle vrouwen vinden groen het minst aantrekkelijk van alle kleuren.
Groen - gemengd uit geel en blauw - is de meest zelfstandige van de gemengde kleuren. Groen is gewoon groen en men heeft geen behoeft aanassociaties met blauw of geel. Voor mensen die van groen houden is het gemakkelijk om 'typisch' groen te definiÎren. Als men deze groep groenliefhebbers laat kiezen uit de een aantal tinten groen, blijkt dat wat als 'typisch' groen wordt ervaren zeer divers is. Herhaalt men deze proef met 'typisch' blauw en 'typisch' rood dan is het aantal tinten duidelijk minder. Dit komt doordat groen veel meer variabele kent dan geel rood en blauw. Groen behoudt bij menging met andere kleuren veel langer zijn kleurkarakter dan andere kleuren, ook bij menging van zwart en wit. Groen is de enige kleur die bij dag- of lamplicht sterk van uitstraling verandert. Bij geel, rood en blauw is dit verschil niet zo groot.

Groen was de lievelingskleur van Napoleon. Gedurende zijn verbanning op Sint Helena liet hij alles in groen decoreren. Voor het gewone volk werden kleurstoffen gebruikt uit planten. Deze waren weinig kleurecht en verbleekte al gauw. De mooiste en duurste kleuren groen, werden tijdens het verblijf van Napoleon vervaardigd van kopergroen, dat in arsenicum werd opgelost. Arsenicum lost echter op als het met de huid in contact. En in het vochtige klimaat van Sint Helena maakte het gif zich los uit wand- en meubelbekleding. Kortom Napoleon stierf op zijn twee-envijftigste aan GROEN.

Groen is neutraal
De polariteit rood blauw heeft veel aspecten en groen staat hier tussenin.
Rood komt op je af en blauw heeft een wijkende werking. Groen blijft op zijn plaats. Biljarttafels hebben groene bekleding. Zo kan men de afstand goed inschatten. Speeltafels zijn ook groen. Dit geeft rust aan het oog en zo kan men zich concentreren op het spel.

Rood is actief en blauw passief. Groen daarentegen rustgevend. Rood is warm en blauw is koud, groen geeft een aangename temperatuur. Rood is droog en blauw is nat, groen zit hiertussen en is vochtig.

Conclusie: Groen is dus neutraal. Men zou kunnen stellen, dat als twaalf procent van de mensheid kiest voor groen en negen procent, het gemiddelde van mannen en vrouwen, de kleur afwijst, er negenenzeventig procent van de mensheid neutraal tegenover groen staat.

De waarheid over groen is discutabel. Wij mensen kunnen vijf tot tien miljoen verschillende kleuren onderscheiden. Als we de kleurencirkel ruwweg opdelen in vier kleuren: geel, rood, blauw en groen dan kunnen wij zelfs 1 ¼ tot 2 ¼ miljoen tinten groen zien. Groen in al zijn verscheidenheid. Groen ontleent zijn ervaringswerkelijkheid niet enkel aan zijn eigen zijn. Dit doet trouwens geen enkele kleur.

Groen in de natuur
Groen wordt beïnvloed door de structuur (samengestelde delen) en textuur (zichtbare en voelbare aard) van het oppervak. Omdat dit een vakblad is voor schilders nemen we hier als vergelijking een struik ten opzichte van buitenschilderwerk.

Een struik is samengesteld uit vele blaadjes. Deze blaadjes hebben zijn ieder op zich weer samengesteld uit bladgroen en nerven. Bovendien is de onderzijde van het blad dikwijks anders van kleur dan de bovenzijde. Buitenschilderwerk is plat en bestaat enkel uit lijnen,vlakken en volume. Een groene struik is vele malen mooier dan buitenschilderwerk in dezelfde kleur.

Er zijn natuurlijk groenen die wel voor buitenschilderwerk kunnen worden gebruikt. Dit zijn sterk vergrijsde groenen, bijna witten of verdonkerde tinten die zich voegen naar en respect betuigen aan het groen van de natuur.

Groen in het interieur
Persoonlijke voorkeur speelt hier een belangrijke rol. Het is belangrijk dat men zich prettig voelt in zijn persoonlijke omgeving. Hier kunnen de felste groenen worden toegepast,afhangkelijk van de eigen smaak en het welbehagen.

Groen is afhankelijk van de belichting
Even terug naar de struik. Een struik is geen plat vlak. De bladstand heeft verschillende richtingen die het licht anders opvangen. Het licht speelt een spel met het groen en zal ieder moment van de dag en jaargetijde anders zijn. Dit spel van groen en licht maakt dat ìnatuurlijkî groen nooit verveelt. Licht heeft natuurlijk ook invloed op het waarnemen van het geschilderde vlak. Het blijven echter lijnen en vlakken en dit zal nooit een vergelijkbaar lichtspel opleveren.

De kleuren die groen omringen hebben ook impact op de kleurwerking van groen. De interactie tussen kleuren is soms zeer verrassend. Groen werkt groener, naarmate de omringende kleuren meer complementair zijn. Fel groen zal zich optimaal manifesteren in een knalrode omgeving. Terzijde: Rood natuurlijk ook in een groene omgeving, maar dit artikel gaat nu eenmaal over groen.

Groen en de aard van het object
Weer terug naar de struik. De stuik is evenals de bladeren organisch van vorm. Wind en jaargetijde hebben invloed op de vorm en de kleur van de struik.

Ter vergelijking met de gebouwde omgeving. Deze vorm, meestal geometrisch, blijft onveranderd. Hooguit bleekt de kleur wat op door de zon en veralgt de noordzijde. De struik wint weer! Dit natuurlijk proces ervaren wij als positief. De inwerking van licht en vocht op de bebouwde omgeving wordt als negatief ervaren. Zeker als het gaat over gekleurde oppervlakken zoals b.v. kunststof beplating. Een bakstenen gevel- natuurlijk materiaal- die algaanslag heeft kan men nog wel waarderen, maar kunststof beplating met algaanslag ervaren wij als smerig.

Groen en harmonie
Groen in de natuur is altijd in harmonie. Boven het groen is de lucht blauw en onder het groen de bruine aarde. Harmonie verkrijgt men o.a. door kleuren goed te verdelen over de kleurencirkel.

De kleuren bruin, groen en blauw vormen samen een harmonieuze drieklank. Harmonie draagt zorg voor een hoge en langdurige acceptatiegraad. De natuur doet het dus prima. De bebouwde omgeving daarentegen is gemaakt door mensen. Indien er groene kleuren in een gebouw verwerkt zijn, zijn deze lang niet altijd in harmonie. Niet onderling en ook niet in de omgeving.

De enige waarheid is dus dat het natuurlijke groen altijd mooier zal zijn dan geschilderd groen in de buitenruimte. Concurreren met de natuur is in dit geval een verloren strijd. De andere waarheid is dat ieder van ons groen anders ervaart. Dit hangt af van persoonlijke voorkeur, stemming, smaak, conditie van het oog, mode, tijdsbeeld, leeftijd, religie, politiek, psychologie, jeugdervaringen. Allemaal factoren die invloed kunnen hebben op ons persoonlijke groenervaring. Conclusie: groen is geen waarheid maar leven!

Marijke van Loon, kleurspecialist

Eisma's Schildersblad, nr. 16, 20 december 2001

LID N.V.V.K.
 
© Van loon kleuradvies      > disclaimer